De
echte pastis van Marseille
Het verbod van absint in 1915
leidde in de jaren ’20 tot
de opkomst van een aantal met
anijs gearomatiseerde likeuren
op de Franse markt. In deze periode
maakte Paul Ricard met zijn recept
een aanvulling: gebaseerd op traditionele
ingrediënten én zoethout.
We zijn in 1932 en Paul Ricard
heeft net zijn pastis gecreeërd
en heeft er zijn naam aan gegeven.
Hij gaf de drank zijn naam ‘Ricard,
de echte pastis van Marseille’.
Een succesformule want al in 1938
had de verkoop meer dan 2,4 miljoen
liter bereikt. Iets meer dan 20
jaar later, vierde Ricard de verkoop
van zijn miljardste fles.
Ricard
controleert alle aspecten van
de pastis productiecyclus. Van
de selectie van de beste ingrediënten
tot het eindproduct is er een
niet aflatende focus op kwaliteit.
De productie van een fles Ricard
omvat 50 verschillende controles,
een garantie voor de hoogwaardige
kwaliteit en consistente smaak
van Ricard.
>
Ricard Patsis (45%)

Ricard is een ‘Pastis de
Marseille’. Het wordt gemaakt
op een speciale wijze volgens
de traditie uit de Provence. De
basis voor Ricard is een mengsel
dat getrokken wordt op basis van
kruiden, waaronder koreander,
kamille, citroenkruid en anijs.
De anijstonen zijn echter minder
sterk aanwezig vanwege de toevoeging
van zoethout. Ricard is hierdoor
een goudgele verfrissende drank,
met 45% alcohol, heeft een unieke
smaak en een typisch Frans karakter.
Hoe
drink je Ricard?
Ricard wordt aangelengd met water
op zijn Marseillaise : 1 volume
Ricard (2cl) met 5 volumes water.
Het water moet heel fris zijn
en van uitstekende kwaliteit.
Het is zelfs best een minerale
water te gebruiken in plaats van
kraanwater dat de smaak zou verslechten
en dus de kwaliteit aantasten.
Ideaal,
wordt Ricard eerst in het glas
geschonken, daarna het water,
even wachten en uiteindelijk de
ijsblokjes toevoegen. Ricard wordt
dan troebel en het alcoholgehalte
daalt tot 7,5°. Het is dus
een licht, caloriearm, verfrissende
drank (50kcal tegen 80kcal voor
een glas wijn).