Het
eiland Islay zou wel eens de schotse
bakermat kunnen zijn van whiskydistillatie.
Islay is het zuidelijkste deel van
de Western Isles, niet meer dan 20
km verwijderd van de noordkust van
Ierland, waar de geheimen van het
destilleren vandaan komt.

Klik op de foto voor
een grotere versie
Islay
heeft een oost-westlengte van 40 km
en een breedte van 32 km. De rotsige,
met heide bedekte heuvels in het noorden
en oosten van het eiland zijn niet
meer dan 460 meter hoog en het zuiden
is een combinatie van turfland en
een vruchtbare alluviale vlakte. Het
eiland wordt geteisterd door winterstormen
vanaf de Atlantische Oceaan, maar
de zon schijnt er meer dan gemiddeld,
Islay is het vruchtbaarste land van
de western Isles.


De
Islay whisky heeft hoog in aanzien
gestaan. In 1941 al bestelde het hof
"een fust van uw beste Islay
mountain dew" bij campbell uit
Shawfield, en twee jaar later volgde
nog zo'n bestelling. Het fust bevatte
weliswaar voor een deel legale Port
Ellen, maar ook illegale whisky, waaronder
21 jaar oude malt van Upper Cragabus,
naar verluidt de mooiste whisky die
ooit op Islay is gemaakt.


De
huidige distilleerderijen kunnen in
2 groepen worden verdeeld: noordelijk
en zuidelijk met Bowmore er tussenin,
zowel geografisch als aromatisch.
Islay malts zijn vermaard vanwege
hun rokerigheid, die het gevolg is
van het fenogehalte dat aan de mouter
wordt gevraagd en het donkere, turfachtige
water van het eiland.

De
zuidelijke distilleerderijen Arbeg,
Lagavullin, Laphroaig, en Port Ellen
leveren Schotlands turfrijkste whisky’s.
In de whisky’s van Bowmore en
Coal Ila is turfrook merkbaar maar
niet overheersend, terwijl Bruichladdich
en Bunnahabhain hun uiterste best
doen de invloed ervan zoveel mogelijk
te beperken, zodat hun afkomst en
karakter zich niet gemakkelijk laten
raden.